De schoen in onze taal

Uitdrukkingen in de Nederlandse taal met schoenen

De stoute schoenen aantrekken.

Iets doen wat moed vergt.
(Het woord 'stout' wordt gebruikt in de oude betekenis 'dapper'.)

Iemand iets in de schoenen schuiven.

Iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een mislukking.

Met lood in de schoenen.

Met heel veel tegenzin of angst (iets doen).

Naast zijn schoenen lopen.

Een te hoge dunk van zichzelf hebben.

Waar de schoen (of het schoentje) wringt.

Waar iemand hinder van ondervindt (bv. "Na lang praten kwam de directeur er achter waar nu eigenlijk de schoen wrong.").

schoenen en plaatselijke gebruiken

In veel Aziatische culturen, zoals de Turkse, Chinese, Japanse en Koreaanse cultuur, doet men de schoenen uit als men het huis betreedt. Iedere bewoner van een huis heeft zijn eigen huisslippers of schoenen, en voor in de badkamer en wc is altijd ook nog een extra paar aanwezig. Het niet conformeren aan deze regels wordt als een belediging ervaren. De reden is dat met schoenen buiten gelopen wordt, waardoor zaken als modder en straatvuil aan de schoenen kleven. Door de schoenen aan te houden wordt dit naar binnen verspreid wat men vies vindt. Het hebben van een deurmat doet daaraan niet af, een schoen is per definitie nooit 'schoon'.

Deel dit artikel